Saskia Oudshoorn
Auteur

 Schrijfwedstrijd

Deze zomer deed ik mee met een crime schrijfwedstrijd. De eerste alinea was het vaste gegeven, daaronder mijn verhaal: 

Er ging een golf van opwinding door Dafphne heen toen ze de donderblauwe Volvo herkende die de parkeerplaats van het hotel opdraaide. Eindelijk! Nerveus kwam ze overeind en liep naar de receptie. Chris, haar jeugdliefde, haar minnaar. Getrouwd, maar bijna gescheiden en hier in Frankrijk om met háár gelukkig te worden. Het afgelopen jaar hadden ze elkaar op zijn zakenreizen een paar keer heimelijk ontmoet, steeds in een ander hotelletje, maar nu zou het definitief zijn. Ze stond stil omdat ze de stem van een man hoorde.

‘Muller,’ zei hij tegen de receptionist. ‘Chris Muller uit dan Haag. Ik heb eergisteren een kamer gereserveerd en betaald.’

‘Ah, bien sûr. Bienvenue monsieur Muller. Chambre Douze.’ Ze wilde nog een stapje naar voren doen maar haar benen weigerden Ze staarde verbijsterd naar de man die met zijn koffer achter de receptionist de trap op liep. Wie hij ook was, dit was niet Chris.

Je kon Daphne ieder moment van de nacht wakker maken en dan kon ze met haar ogen dicht Chris feilloos beschrijven. Zijn haar dat grijsde bij de slapen. Kort geknipt, niet meer de volle bos krullen die hij had toen ze hem twintig jaar geleden voor het eerst ontmoette. Het linker ooglid, dat een heel klein beetje naar beneden hing als hij moe was, en dat was hij meestal als hij van zijn gezin vandaan kwam. En dan zijn kont, die zou ze uit duizenden herkennen. Door het hardlopen en het voetballen waren zijn billen nog net zo gespierd als vroeger. Meestal voetbalde hij met zijn zoontje, de enige van wie hij zielsveel hield. En hij hield van haar natuurlijk.

De man was ongeveer even groot, maar breder dan Chris. Zijn haar was achterover gekamd zodat het litteken op zijn brede voorhoofd extra op leek te vallen. De spieren in zijn kaak spanden zich aan terwijl hij de koffer van Chris – het bagagelabel van hun vorige weekendje weg zat er nog aan - omklemde. Daphne stapte naar achteren en leunde tegen de muur. Haar keel leek te worden dichtgeknepen, ze ademde zwaar. Ze hoorde hoe de receptionist op de eerste verdieping een deur opende en aanwijzingen gaf. Kort daarop kwam de receptionist fluitend de trap af terwijl hij een twintig euro biljet in de zak van zijn vestje propte.

‘Madame?’ De man kwam haar richting op.

‘I’m okay,’ antwoordde ze snel terwijl ze zich afzette tegen de muur en een paar stappen richting de toiletten zette. Er schoot haar geen enkel woord Frans te binnen.

Ze pakte haar mobiel uit de zak van het nieuwe jasje en tekende met haar wijsvinger een ‘C’. Het scherm kwam tot leven. De laatste conversatie met Chris stond bijna bovenaan; na het gesprek gisteravond had ze alleen nog contact met Maarten gehad. Haar echtgenoot had doorgevraagd toen ze had gezegd dat ze weer een weekje onverwachts op zakenreis moest. Gewoonlijk slikte hij alles wat ze hem de laatste tijd voorloog, Maarten was een goedzak. Dit keer had hij erop gestaan dat ze hem het adres zou geven. Ze vroeg of hij haar soms niet vertrouwde en ze hadden woorden, iets dat zelden gebeurde in hun huwelijk. Uiteindelijk stuurde ze hem het adres van het hotel en een naam van een bedrijf in de buurt waar ze wel eens zaken mee deed. De brief met de aanvraag tot scheiding had ze nog niet durven geven, ze wilde deze samen met Chris symbolisch vanuit Frankrijk op de bus doen. Als Maarten wat stoerder en avontuurlijker geweest was, als hij net zoveel tijd aan haar had besteed als aan zijn bedrijf en haar niet voor lief had genomen, dan was ze misschien niet weer als een blok voor Chris gevallen. Als, als, als. Het was nu te laat.

De misselijkmakende gedachte dat iemand Chris had overvallen en misschien iets vreselijks had aangedaan, was niet te verdragen. Ze blies een hap adem uit toen ze zag dat Chris tien minuten geleden online was geweest. Hij leefde nog! De druk op haar borst werd langzaam minder. Ze sloop naar de hotelbar en liet zich in een donker nisje op een stoel zakken. Wat dit ook was, Chris en zij zouden er samen uitkomen. Sterker. For better or for worse.

‘Un Martini rouge, s’il vous plaît,’ fluisterde ze tegen de barman. De alcohol zou haar rustiger maken zodat ze kon nadenken.

De man achter de bar drukte een glas tegen de groene fles die boven de bar hing.

‘Avec de la glace?’

Ze knikte.

De ober zette het glas voor haar op tafel: ‘Chambre douze?’

Verbijsterd schoof ze een biljet van tien euro zijn kant op: ‘Cash. It is okay.’

De man lachte. ‘Merci madame.’

Daphne pakte met trillende handen het glas op en nam een grote slok. Op het moment dat ze haar drankje neerzette, kwam de man die zich voor Chris uitgaf binnen en ging aan de bar zitten. Daphne liet zich snel onderuit glijden. Ze kon nog net de bovenkant van zijn schedel zien. De barman deed geen poging zijn verbazing te verbergen terwijl ze met haar schouderbladen pijnlijk over de rand van de ongemakkelijke stoel hing. Verder zakken zonder de stoel te verzetten lukte niet. Ze schudde langzaam haar hoofd. Daphne twijfelde er niet aan dat het gebonk van het hart tegen haar borstkas niet alleen in haar eigen oren te horen was. De barman knikte bijna onzichtbaar, en ging verder met het oppoetsen van het glas in zijn hand.

‘A beer please,’ hoorde ze een zware stem zeggen. Het accent kon ze niet helemaal thuis brengen, maar het was iets Oost-Europees.

‘Certainement’.

Terwijl het bier uit de tap het glas instroomde, typte Daphne snel een berichtje en zette de beltoon op “stil”.

Waar ben je?’

Ze hoorde een trillend geluid op het houten blad van de bar. ‘Chris typt…’ verscheen in het scherm.

‘Op de afgesproken plek natuurlijk. Waar ben jij?’

Ze liet de telefoon bijna uit haar hand vallen. Haar vingers trilden, de autocorrectie bleef woorden maken die ze niet wilde typen. Ze begon een paar keer overnieuw.

Ik ben buiten bij mijn auto. Ik krijg hem niet op slot. Kun je misschien even helpen?’

‘Tuurlijk baby, ik kom eraan. Altijd wat met die Franse auto’s.’ Ze had een Renault.

Chris had haar nooit “baby” genoemd. Liefje of meisje, maar nooit “baby”.

Er werd een glas hard op de bar gezet. ‘Muller. Room twelve.’

Ze hoorde hoe de barkruk over de parketvloer schoof.

Daphne wachtte een paar tellen, zette zich met twee voeten schrap en drukte zich omhoog. Haar rug brandde, er kroop een onaangename tinteling naar haar ellebogen. De Martini klotste over de rand van het glas en maakte een rode vlek op het tafelkleed toen ze opstond. Ze schuifelde onvast door het restaurant en stootte hier en daar tegen een tafeltje dat reeds voor het diner gedekt was. Geen idee voor wie, ze had nog geen andere gasten gezien. Ze ging achter het gordijn staan en keek naar de vrijwel verlaten parkeerplaats. De schim liep rond haar auto en voelde aan de deurhendels. Hij stak een sigaret op en scande op zijn gemak het hotel terwijl hij tegen haar auto leunde. De duisternis was vrij abrupt ingevallen - donker was écht donker op het Franse platteland. Het puntje van zijn sigaret lichtte op. Daphne boog snel terug. Ze bonkte met de muis van haar hand tegen haar slaap. Denk! Haar koffer stond nog in de auto. Ze kon via de achteruitgang het hotel verlaten en als de man weer naar binnen ging, kon zij naar haar auto rennen en vluchten. Maar dan zou ze niet weten waar Chris was en hoe het met hem ging. Misschien lag hij ergens zwaargewond langs de kant van de weg. Had hij haar hulp nodig. Ze kon niet terug naar huis, zo simpel was het. De man buiten had het antwoord.

In haar handtas had ze een manicuresetje waar een vlijmscherp schaartje inzat. Niet genoeg om iemand te doden, wel om flinke schade toe te brengen - mits ze goed richtte. Daphne haalde diep adem, in door haar neus, uit door haar mond terwijl ze haar hand op haar buik legde. Door de dunne stof van haar jurkje voelde ze de body die ze speciaal voor de eerste nacht van het begin van hun leven samen gekocht had. Ze voelde zich langzaam kalmer worden. In een kaarsrechte lijn koerste ze naar de voordeur. De man trapte zijn peuk uit toen hij haar zag en beende met grote passen richting de entree.

Hij stak zijn hand uit: ‘Goedenavond Daphne.’

Ze negeerde de hand die zonder moeite de hare kon vermorzelen.

‘Jij bent?’ Ze rechtte haar rug.

‘Ga mee naar mijn kamer, dan leg ik het allemaal uit.’

‘Je denkt toch zeker niet dat ik met een vreemde vent mee naar zijn kamer ga?’

Haar stem sloeg over, ze had zich voorgenomen om kalm te blijven – daar kwam nu al niets meer van terecht.

‘Daar schijn je anders niet zo’n moeite mee te hebben.’ De man scande haar van top tot teen. ‘Ik ben niet degene waar je bang voor moet zijn.’

Haar angst maakte plaats voor woede. ‘Waar is mijn man?’ brieste ze.

Zijn staalblauwe ogen waren koud en emotieloos.

‘Als je Chris Muller bedoelt: Chris is niet jouw man. En jij gaat nu mee.’

Hij pakte Daphne bij haar onderarm. Zijn vingers drukten hard in het zachte vlees. Haar arm begon weer te tintelen. De receptionist was nergens te bekennen, de barman kon haar vanaf zijn plek niet zien. Ze opende haar mond.

‘Niet gillen.’

Zijn blik zorgde ervoor dat ze gehoorzaamde. Terwijl ze de trap opliepen, hield hij haar arm hardhandig vast. Ze verbeet de pijn in haar schouder en probeerde hem bij te houden. Hij  viste een kaartje uit zijn zak en opende de kamerdeur.

‘Zitten.’ Hij gaf haar een harde duw en ze viel half op de stoel naast het bed. Ze drukte met haar pijnlijke arm haar handtas beschermend tegen haar borst. De zware deur viel met een klap in het slot.

‘Waar is Chris, godverdomme? Wie ben jij?’

Ze keek hem uitdagend aan. Het bruine etuitje zat in het zijvakje.

‘Igor. En Chris komt niet. Nooit meer.’

‘Wat heb je met hem gedaan?’ gilde ze. In een vloeiende beweging pakte ze het nagelgarnituur uit haar tas. Het nagelschaartje liet zich soepel uit het elastiekje schuiven. Daphne sprong omhoog en stak de schaar recht vooruit. ‘Zeg op, klootzak.’

De man grijnsde. Een gouden tand flonkerde in het schaarse licht van het lampje boven het bed.

‘Een vurige tante. Dat had hij me al verteld.’

‘Wíe heeft jou wát verteld?’ krijste Daphne.

‘Jouw man.’

‘Maarten?’ Ze hapte naar adem. ‘Wat heeft Maarten hier mee te maken?’ Haar hand trilde.

Met een pijlsnelle beweging rukte hij het schaartje uit haar hand.

‘Ga zitten. Rustig.’

Met zijn zware handen drukte hij haar pijnlijke schouders naar beneden. Haar bovenbeenspieren brandden terwijl ze tevergeefs poogde te blijven staan.

‘Vond jij het niet merkwaardig dat Muller opeens contact met jou opnam? Na al die jaren? Iemand met zo’n mooi gezinnetje?’

Hij zat wijdbeens op het bed. De man haalde zijn telefoon uit de zak van zijn colbert en draaide het scherm naar haar toe. Over zijn borst liep een leren riem. In de holte van zijn oksel hing een holster met een pistool.

Hij tikte op het beeld: ‘Focus. Hier.’  Ze keek.

Chris lag met zijn hoofd achterover tegen de hoofdsteun van de Volvo. Zijn linkeroog zat dicht. Uit zijn neus kwam een klein straaltje bloed. Op zijn gescheurde overhemd zaten bloedspetters.

Daphne klauwde naar de telefoon.

‘Godverdomme, wat heb je met hem gedaan?’

‘Kijken en luisteren.’ Zijn duim veegde over het scherm. Onder zijn nagels zaten zwarte randen. Aarde? Een filmpje startte. Het duurde hooguit tien seconden.

Chris keek met het oog dat nog open was in de camera. ‘Daf, het spijt me allemaal zo.’

Zijn stem klonk vreemd, zijn bovenlip was dik. Belletjes van bloed borrelden tussen zijn lippen.

Tranen welden op in haar ogen. Met een ruw gebaarde veegde Daphne ze weg.

‘Chris Muller is niet de man die jij denkt dat hij is. Hóópt dat hij is. Hij heeft schulden. Enorme schulden.’

Nog een filmpje. Ze herkende de hotelkamer, het was een van de eerste keren dat ze een weekend samen waren. Het hoofd van Chris lag tussen haar gespreide benen. Haar ogen waren gesloten. Met schokkende bewegingen kwam ze klaar. Chris keek lachend op, zijn ogen vonden een tel de camera.

‘Muller chanteerde je echtgenoot. Die beloofde dat hij zou betalen, anders was morgen dit filmpje op Facebook verschenen. Om te beginnen. Chris heeft al jullie “activiteiten” opgenomen. Dit uitje zou jullie laatste weekend samen worden.’ Hij stopte de telefoon weg en pakte de koffer. ‘Het feestje is wat eerder afgelopen, vrees ik. Ga naar huis. Misschien vergeeft je man het je ooit. Als je meer geluk hebt dan Chris Muller.’

  

"DELETED SCENES"

Bij de eerste redactieronde zijn er heel wat woorden (en spreuken boven de hoofdstukken) gesneuveld.

wie 'Buiten Spel' gelezen heeft, weet dat er een'Rafelrandje' aan Stephen oftEwel colin zit. en er was 'iets' met een mes.

deze scene ('slechts' 5556 woorden) is uit 'op eenzame hoogte' verdwenen. Wie het leuk vindt om deze scene toch te lezen, hier is het.

Een klein beetje uitleg vooraf: liza en melle hebben in versie 1.0 eva geholpen om uit het ziekenhuis te ontsnappen. ze logeren een weekend bij vesper in amsterdam en worden bedankt voor alles wat ze gedaan hebben. David (de vader van Colin) is er ook. Colin, eva en David gaan bij het jongere broertje van colin, jesse, op bezoek die in een jeugdinstelling blijkt te wonen.

 

I’m selfish, impatient and a little insecure. I make mistakes, I am out of control and at times hard to handle. But if you can’t handle me at my worst, you sure as hell do not deserve me at my best.

Marilyn Monroe

 Liza straalt van top tot teen wanneer ze aan de ontbijttafel verschijnt. Eva heeft ze gisteravond thuis horen komen. Lang nadat Colin langdurig gedoucht had en met zijn rug naar haar toe in slaap was gevallen, lag zij nog piekerend klaarwakker. Ze weet niet wat er morgen gaat gebeuren en of ze gelukkig wordt met de uitkomst. De onzekerheid vreet aan haar, ze haat het om niet aan het roer te kunnen te staan. Vandaag zou een dag kunnen worden, waarin haar toekomstbeeld compleet verandert, net als die avond in New York toen ze het vreselijke nieuws over haar vader kreeg of de dag van de val in Oostenrijk.

De twee tortelduifjes hebben een geweldige avond gehad. Opgewonden kirt Liza over het eten en de club van Reggy. Als Melle even later aan de tafel verschijnt, geeft hij Liza een zoen alsof ze een getrouwd stelletje zijn en het de normaalste zaak van de wereld is dat hij hier in de ochtend verschijnt. Eva kijkt hem met opgetrokken wenkbrauwen aan.

‘Ik mocht hier blijven logeren van Vesper,’ haast hij zich te zeggen. ‘Het was een beetje laat en ik had ook wat op, dus het leek me een goed idee.’

Mij ook,’ lacht Liza hem toe. Ze kijkt hem schalks aan. Er is overduidelijk vannacht meer tussen die twee gebeurd dan alleen een etentje en een dansje.

‘Kopje thee dan maar?’ zegt Eva droog en schenkt een mok voor hem vol.

‘Wat een geweldige zaak hebben Reggy en Vesper zeg. Ik kan me niet heugen dat ik zo lekker heb gegeten.’

‘En gedanst,’ vult Melle aan. ‘Leuk publiek, goeie DJ, lekkere vibe. Denk dat we maar naar Amsterdam moeten verhuizen.’

Ze kijken elkaar aan en bijna tegelijkertijd roepen ze ‘néééé’ en barsten in lachen uit. Terwijl Liza een boterham smeert, richt ze zich tot Eva.

‘Denk jij dat je me nog lang nodig hebt? Je weet hoe je je oefeningen moet doen en eigenlijk denk ik dat ik niet zo heel veel meer kan betekenen voor je.’

‘Overmorgen heb ik die afspraak bij de neuroloog maar ik verwacht geen rare dingen te horen. Ik voel me prima. Nog een kwestie van veel oefenen om het tempo beetje op te voeren met lopen en zo, maar dat gaat wel lukken denk ik. En ik heb Vesper natuurlijk nog.’

‘En mij,’ klinkt het achter haar. Colin staat met natte haren in een zwart overhemd dat strak over zijn borst spant en een lichte spijkerbroek woest aantrekkelijk te zijn. Hij legt zijn handen bezitterig op haar schouders. Ze hebben geen woord meer gewisseld na gisteravond, maar hij laat niets merken.

‘Jij moet Liza zijn en jij Melle?’ Hij geeft beiden een stevige hand.

‘Mijn vader heeft me over jullie verteld. Oh, ik ben Colin, de vriend van Eva. Mijn vader heeft die Bonkers ingehuurd.’

Liza bloost. Ze had een aantrekkelijke man verwacht bij Eva, en ze had zijn foto op Facebook natuurlijk al gezien, maar zó knap vind je ze niet vaak. Daar haalt Melle het zelfs niet bij.

‘Ehh ja, dat klopt. Ik ben Liza en dat is mijn uuhh... collega Melle.’

Ze weet niet waarom ze hem ineens als ‘collega’ voorstelt, maar ‘vriendje’ was misschien iets te voorbarig na één avond. En een geweldige nacht, niet te vergeten. Colin pakt zijn portemonnee uit zijn achterzak. Hij haalt er twee briefjes van vijfhonderd euro uit.

‘Is dit voldoende voor de onkosten?’

‘Nee joh, dat is veel te gek,’ stamelt Liza. ‘Ik ben hier maar een paar dagen geweest en dat zijn vakantiedagen van mijn werk. Gisteravond zijn we ook al op kosten van Vesper uit geweest.’

‘Hup, aannemen,’ zegt Colin en hij wappert met de twee briefjes voor haar neus. Hij kijkt naar Melle: ‘Ik geef het aan je vriendinnetje maar het is ook een beetje voor jou. Kunnen jullie samen wat leuks gaan doen.’

‘Thanks man,’ zegt Melle. Daar kunnen ze een leuk weekend samen van weg, bedenkt hij. Hij stoot Liza aan. ‘Neem het nou aan.’ Aarzelend pakt ze de twee briefjes uit Colins hand. ‘Veel te gek,’ stamelt ze nog een keer. Colin stopt onverstoorbaar zijn portemonnee terug in zijn kontzak en gaat zitten.

‘Hé heerlijk, Nederlandse koffie en een boterham met hagelslag. Ik heb best trek.’

Melle kijkt hem aan. ‘Ken ik jou niet ergens van?’

‘Ik weet het niet?’ zegt Colin met terwijl hij een hap van zijn boterham neemt.

‘Ben je acteur? Goede Tijden, Slechte Tijden?’ Colin en Eva barsten allebei in lachen uit.

‘Draait die soap nou nog steeds in Nederland?’ vraagt Colin verbaasd.

‘Uh-huh’ knikt Liza. Ze durft niet te zeggen dat ze iedere avond trouw kijkt.

‘Nee, ik ben geen acteur.’ Colin gaat verder met de tweede boterham. Pindakaas nu.

‘Fotomodel? Presentator?’

‘Nee, ik ben ook geen fotomodel of presentator.’ Eva vindt het zielig dat hij Melle zo laat zwemmen.

‘Ben je sporter dan?’

‘Ja, dat komt in de buurt.’

‘Laat me raden. Niet zeggen.’ Melle pakt zijn telefoon erbij en typt een paar dingen in het zoekvenster. Na een halve minuut weet hij het: ‘Jij bent Colin Vos!’

‘Yep, that’s me,’ geeft Colin antwoord zonder van zijn bord op te kijken.

‘Jij bent toch naar Amerika vertrokken om bij de New York Kickers te gaan voetballen?’

‘Ja, klopt ook.’

‘Cool man! Dus we hebben een voetbalvrouw gered,’ lacht Melle. Eva vindt dat wat minder grappig.

‘Hallo, ik ben geen voetbalvrouw hoor. Ik ben journaliste en ik werk bij de New York Times!’

‘Echt waar? Jeetje, het wordt steeds beter. Lies, misschien kunnen we met die euries wel een weekendje naar New York!’ roept Melle verrukt uit.

‘Wie weet,’ zegt Liza voorzichtig. Ze wordt verlegen van het gezelschap dat hier om de tafel zit. Eef merkt het.

‘Hé Liza, je gaat niet opeens anders over ons denken hoor! We zijn maar gewone mensen die ietsepietsie meer geluk hebben gehad. Waarschijnlijk zit ik hier in Amsterdam over een paar maandjes gewoon weer op kantoor te zweten, wanneer mijn stage in New York is afgelopen. En dan gaan we zeker nog eens afspreken!’

‘Dat lijkt me een goed plan, leuk! Nou, dan ga ik maar eens inpakken denk ik. Dan rijd ik gelijk met Melle mee terug naar Rotterdam.’

‘Geen haast hoor, je kunt hier de hele dag blijven. Wij gaan straks even weg,’ zegt Eva.

Melle kijkt Liza verwachtingsvol aan. ‘Zullen we nog even blijven dan? Daagje Amsterdam nu we er toch zijn?’ Ze hebben vast nog wat anders in gedachte nu blijkt dat ze zo meteen het rijk alleen hebben.

‘Hoe laat gaan wij weg?’ vraagt Eva aan Colin.

Hij kijkt op de gouden IWC aan zijn pols. Over een kwartiertje is mijn vader er.’

‘Je vader? Ik wist niet dat hij ook meeging.’

‘Ja, hij gaat mee. Kun je gelijk kennismaken met hem.’

Het mysterie wordt met de minuut groter. Wat heeft zijn vader nou met het voorval, dat als een donkere wolk tussen hen hangt, te maken? Eva loopt terug naar de slaapkamer om zich klaar te maken voor vertrek. Ze haalt een borstel door haar lange haren en stift haar lippen nog een keertje. Ze maakt de veters van haar sneakers vast. Die fijne motoriek is nog niet helemaal wat het geweest is en het duurt even voordat in allebei de schoenen een goede strik zit. Colin staat in de deuropening met zijn armen over elkaar en kijkt naar haar.

‘Waarom vraag je nou gewoon niet even of ik wil helpen?’

‘Ik wil niet van jou afhankelijk zijn, van niemand. Het lukt me heus wel, het duurt alleen wat langer. Nou en? Je zult wel vaker op een vrouw gewacht hebben toch?’

‘Wat ben je toch een eigenwijs portret. Maar ik mag dat wel. Bikkel.’

Hij pakt haar handtas op en samen lopen ze terug naar de huiskamer. Liza zit nog aan de eettafel en staat op als ze Eva aan ziet komen lopen.

‘Nou meis, dat was het dan voor nu. Ik kan niet beginnen om te zeggen hoe dankbaar ik ben wat jij, wat jullie, voor me gedaan hebben. Ik sta voor altijd in het krijt bij je.’

‘Nou, nou, niet overdrijven hoor,’ wuift Liza de woorden weg. ‘Iedereen zou hetzelfde gedaan hebben.’

‘Nou dat geloof ik niet, maar het gaat erom dát jullie het gedaan hebben.’ Eva slaat haar armen om Liza heen en drukt haar stevig tegen zich aan.

‘Ik denk dat we jullie nog wel een paar keer gaan zien. Misschien moeten jullie ook wel getuigen tegen Dirk.’

‘Zou zo maar kunnen. Dan kun je weer op ons rekenen,’ zegt Melle en geeft Eva een stevige knuffel.

Colin omhelst Liza en geeft Melle een ferme hand en slaat hem met zijn ander hand op de schouder.

‘Thanks man, voor het redden van mijn meisje.’

Eva straalt van oor tot oor. Wat klinkt dat heerlijk: mijn meisje.

Buiten toetert een auto. Colin veert op en snelt naar de deur.

‘Dat is mijn pa denk ik. Wacht even.’ Door het raam zien ze dat een grote BMW zich soepel in een krap parkeervak draait. Een lange, slanke man in een donkere spijkerbroek met een sportief jack, stapt uit en slaat langdurig zijn armen om Colin heen. De man legt met een teder gebaar zijn hand even op de wang van zijn zoon. Even later staan de twee druk pratend in de gang. De ogen van de man richten zich gelijk op Eva als hij binnen stapt. Hij komt met grote stappen op haar aflopen. Ze steekt haar hand uit maar hij omhelst haar. Het is een oprecht, warm gebaar en Eva slaat zonder reserves haar armen om zijn rug. Hij houdt haar na een paar seconden een armlengte van zich af.

‘Hallo Eva, ik ben David. Ik ben ontzettend blij dat alles weer goed met je gaat.’

‘Ik ook,’ stamelt Eva verlegen. ‘Bedankt voor alles wat u voor me heeft gedaan.’

‘Geen enkel probleem. Maar zegt alsjeblieft geen u. Ik voel me af en toe toch al zo’n ouwe lul,’ lacht hij met een scheve grijs. Ze herkent Colin in zijn glimlach en de kuiltjes in zijn wangen. Wat zei haar favoriete tante nou ook alweer altijd? ‘als je wilt weten hoe je man er later uit komt te zien, moet je naar zijn vader kijken. Dat heb ik met je oom ook gedaan.’ En dan lachte ze er hard achteraan. Nou, dan zat ze met Colin gebakken.

David zegt Liza en Melle gedag en spreekt bij hen ook zijn dankbaarheid uit. Liza kleurt als David tegen haar spreekt, verlegen onder de complimenten. David haalt uit de zak van zijn broek een stapeltje bankbiljetten en pakt er een paar briefjes van honderd tussenuit. Hij geeft ze aan Liza maar ze wuift het geld met een afwijzend gebaar weg.

‘We hebben het niet voor het geld gedaan. En uw zoon heeft ons ook al geld gegeven, al had dat ook niet gehoeven.’

‘Niks mee te maken,’ antwoordt David en pakt haar hand vast. Hij stopt de biljetten erin en vouwt haar vingers eromheen. ‘Geniet ervan.’

Eva voelt zich ongemakkelijk, vader en zoon die geld uitdelen aan de mensen die haar geholpen hebben. En dit is niet het enige wat David aan haar gespendeerd heeft, de privé detective heeft ook niet voor niets gewerkt. Colin ziet de blik in haar ogen, loopt naar haar toe en slaat zijn arm om haar schouder.

‘Het is maar geld,’ vergoelijkt hij de nonchalante manier waarop de twee met geld lopen te wapperen. Goh, waar heeft ze dat meer gehoord?

Uitgezwaaid door Liza en Melle zitten ze dan eindelijk met z’n drieën in de luxe auto. Druk pratend stuurt David de auto door de smalle straatjes, de A1 op. De mannen zijn in een geanimeerd gesprek gewikkeld, er is veel bij te praten. Ze hebben elkaar al maanden niet meer persoonlijk gesproken. Eva luistert met interesse en durft hen niet te onderbreken met de vraag die haar al sinds gisteren bezig houdt. David kijkt in de achteruitkijkspiegel en spreekt haar aan: ‘Alles oké daar achterin? Excuses dat we je een beetje verwaarlozen.’

‘Geeft niks, praat lekker verder hoor,’ antwoordt ze beleefd, maar in haar hoofd zweven tientallen vragen rond die het liefst zo snel mogelijk beantwoord wil zien. David rommelt aan een paar knopjes op het ingewikkelde dashboard en de tonen van Coldplay vullen het interieur. Het landschap schiet aan de auto voorbij. De saaie flats van Diemen Zuid worden ingewisseld voor het luxe landschap van Muiderberg. Ze kruisen de Vecht en verlangend kijkt ze naar buiten en ziet een paar sloepen die dapper de november kou trotseren. Bij knooppunt Muiderberg stuurt David de BMW de A6 op. Ze rijden langs Almere en na een kwartiertje heeft ze echt het idee dat ze door niemandsland rijden. Na het drukke, chaotische Amsterdam doet de verlaten polder van Flevoland bijna buitenaards aan. ‘Lelystad’ staat er op de borden wanneer David de snelweg eindelijk verlaat. Eva drukt haar gordel los en buigt zich naar voren, tussen de voorstoelen in. De mannen spreken al een tijdje niet meer met elkaar en lijken in hun eigen gedachten verzonken.

‘Heren, wanneer gaan jullie me vertellen waar we eigenlijk heen gaan? Wat is er in hemelsnaam in Lelystand dat jullie me moeten laten zien?’

Colin draait zich om ‘Mijn broer woont daar.’

‘Jesse?’ David heeft haar verteld dat hij een jongere broer heeft, maar ondanks dat ze hem er vaker naar heeft gevraagd, heeft hij niet veel over hem losgelaten. Op een gegeven moment had ze het onderwerp maar laten rusten.

‘Uh-huh’ mompelt Colin.

‘Waarom helemaal in Lelystad? Daar is toch niet zoveel te beleven voor een jongen van zijn leeftijd?’

‘Dat zul je zo wel zien.’

Ze voelt dat David in de spiegel naar haar kijkt. Ze zakt weer achterover. De auto mindert vaart en draait een smal weggetje in. Voor hen, achter rood-wit gestreepte slagbomen doemt een groot gebouw op. Aan beide kanten van het gebouw bevinden zich hoge muren die zich tientallen meters uitstrekken. Lichtmasten torenen boven de omheining uit. Ze parkeren de auto en stappen uit. Colin pakt met een klamme hand haar hand stevig vast. David loopt voorop. Ze gaan voorbij de slagbomen en melden zich bij de balie.

‘Bezoek voor Jesse Vos,’ zegt hij tegen de beveiliger achter glas. De man wijst naar een rij plastic stoeltjes.

‘Neemt u plaats,’ zegt hij en bromt wat in een microfoon. David en Colin zitten beiden met gevouwen handen hun schoot. Colin wiebelt zenuwachtig met zijn benen. Eva ziet een gezwollen ader in zijn nek driftig kloppen. Ze ziet rimpeltjes, die haar eerder nog niet opgevallen waren, in het gespannen gezicht van David. Het gezelschap valt qua uiterlijk nogal uit de toon bij de andere bezoekers die hier zitten, maar Eva durft niets te vragen. Na een tijdje worden ze opgehaald en moeten ze hun jassen en spullen inleveren. Hun eigendommen in het plastic bakje – twee peperdure horloges van de mannen, een stapeltje bankbiljetten, haar gouden armband en oorbellen - vormen een misplaatst contrast in deze sobere omgeving. De bewaker vertrekt geen spier als hij de waardevolle spullen in een plastic zakje schuift en met watervaste stift de namen erop schrijft. Ze volgen hem een aantal deuren door die hij met een pasje en een code opent, en stappen door een detectiepoortje. Na het poort staat een tweede bewaker met rubber handschoentjes aan. Ze moeten hun monden open doen en daarna worden ze gefouilleerd. Eva verstrakt als de vreemde handen over haar lijf gaan. Ze wordt misselijk. Het is gelukkig snel voorbij en Colin pakt haar hand stevig vast. Uiteindelijk worden ze een kille kamer ingeloodst. Er hangt niets aan de wand, de grond is bedekt met grijs linoleum en de ruimte wordt verlicht door een set Tl-buizen in het systeemplafond. In het midden van de ruimte, aan een ijzeren tafel zit een jonge man gespannen af te wachten. Als hij Colin en David binnen ziet komen, springt hij kinderlijk enthousiast op hen af.

‘Pap!’ Hij slaat zijn armen om David en klopt enthousiast op zijn rug. Lachend houdt David hem vast. Een grote lach breekt door op zijn nerveuze gezicht.

‘Hallo, lieve jongen,’ zegt hij en kust hem op beide wangen. Na een tijdje laat Jesse los en stapt op Colin af.

‘Hoi, Col,’ zegt hij en pakt hem stevig vast. Jesse heeft een ander postuur dan Colin, kleiner, gedrongen, maar zeker niet minder gespierd. Hij legt zijn hoofd liefdevol tegen Colins borst.

‘Hallo broertje,’ zegt Colin en drukt een kus boven op het hoofd van zijn broer. Na een tijdje zo gestaan te hebben, laat Jesse zijn broer los en wijst naar Eva.

‘Wie is dat?’ vraagt hij.

‘Dat is Eva. Eva is mijn vriendinnetje,’ zegt Colin.

Schuchter steekt Jesse zijn hand naar haar uit. ‘Hallo Eva, ik ben Jesse.’

‘Hoi Jesse, leuk om kennis met je te maken.’ Eva lacht maar tegelijkertijd draaien haar hersens overuren. Wat doet hij híer? Jesse richt zich weer naar zijn vader.

‘Heb je het al gehoord pa, volgende maand mag ik naar huis. Cool hè?’

‘Ik weet het, geweldig jongen!’

‘Maar waarom mag ik nou niet bij jou wonen?’

‘Daar hebben we het toch al over gehad? Je kunt veel beter bij mama wonen. Je moeder is de hele dag thuis en ik ben de hele op kantoor of op reis. Dat is niet wat jij nodig hebt, dat weet je toch?’

‘Als ik me gedraag en m’n best doe, mag ik dan volgend jaar wel bij jou komen wonen? Mam is saai.’

David slikt. ‘Wie weet.’

Tot zijn opluchting neemt Colin het gesprek over. Hij vertelt over New York en dat zijn team voor de winterstop het Supporters Shield heeft gewonnen. Nu nog de MLS-Cup behalen en zijn team heeft het hoogst haalbare gerealiseerd. Eva beseft dat zij hem daar niet eens mee gefeliciteerd heeft. Wat een slechte vriendin ben ik toch. Jesse vraagt Colin het hemd van zijn lijf.

‘Mag ik dan ook een keer naar New York komen?’

‘Tuurlijk mag jij een keertje naar New York komen! Dan neem ik je mee naar het stadion en krijg jij de speciale privé-tour. Eva is ook al een echte New York-expert aan het worden. Zij woont een tijdje bij mij.’

Jesse kijkt Eva scheef aan. ‘Oké’ zegt hij voorzichtig. ‘Wat doe jij daar dan? Werk je wel?’ vraagt hij ongegeneerd aan Eva.

‘Ja hoor, ik werk bij een krant, ik ben journalist.’

‘Oh cool,’ roept hij enthousiast uit. Nu lijkt ze zijn aandacht te hebben.

‘Ga je dan ook naar oorlogsgebieden en zo? En neem je een camera mee?’

‘Nee, daar ben ik nog niet geweest, maar wie weet wat de toekomst nog brengt. En ja, ik heb bijna altijd mijn camera bij me, ik ben gek op foto’s maken.’

‘Vet. Ik hou ook van fotograferen. En dan bewerk ik de foto’s op mijn computer. Ik zet ze best vaak op Instagram, Facebook en Twitter. Ik heb al een hoop volgers.’

‘Leuk. Stuur me een vriendschapsverzoek, dan kan ik ze ook zien. Misschien kan ik ooit een wel foto van jou gebruiken!’ Het gezicht van Jesse licht op.

Colin en David volgen het gesprek geamuseerd. ‘Ik neem je mee naar het Vrijheidsbeeld en naar Rockefeller Center als je keertje op bezoek komt, ik ben benieuwd wat voor soort foto’s jij daar van maakt.’

‘Deal!’ roept Jesse en steekt zijn hand over tafel als bezegeling van hun afspraak. De drie mannen praten nog wat met elkaar en David belooft dat hij Jesse persoonlijk op komt halen als hij naar huis mag.

‘Ik heb samen met je moeder een goede opleiding voor je gevonden, na de kerstvakantie kun je daar beginnen.’ Jesse reageert gelaten. Na een kwartiertje nemen ze afscheid. Jesse klemt zich aan zijn vader vast.

‘Je komt me wel echt halen hè?’ vraagt hij onzeker.

‘Natuurlijk kom ik je halen, doe niet zo gek.’

Hij lijkt enigszins gerustgesteld en wendt zich daarna tot Colin.

‘Dag Col. Tot in New York zullen we maar zeggen dan?’

Ze omhelzen elkaar stevig. ‘Tot in New York, broertje. Beloofd.’

Onbeholpen slaat Jesse vervolgens zijn armen om Eva.

‘Dag Eva. Jij ook tot ziens.’

Een medewerker in uniform haalt Jesse weer op. Hij draait zich in de deuropening om en zwaait nog een keertje gelaten achterom. Zwijgend volbrengen ze het ritueel van binnenkomst in de omgekeerde volgorde en lopen terug naar het parkeerterrein.

David verbreekt de stilte. ‘Je zult wel een paar vragen hebben, neem ik aan Eva?’ Eva knikt.

‘We gaan even wat drinken en een hapje eten.’

Hij opent de auto en neemt plaats achter het stuur. David rijdt de weg op en na een paar minuten stopt hij bij een klein restaurant aan de rand van een natuurterrein. De miezerende regen, bijna onzichtbaar voor het oog, maar in staat om iemand in vijf minuten tot op het bot te doorweken, past uitstekend bij de stemming van het gezelschap. Eva stapt aan de linkerkant van de auto uit en verliest bijna haar evenwicht op de drassige grond. De stabiliteit is nog niet wat het zou moeten zijn, ze moet zich concentreren op de ondergrond waarop ze loopt.

David pakt haar bezorgd bij haar elleboog. ‘Gaat het?’

‘Niks aan de hand, ik verloor even mijn evenwicht.’ Een spiertje in haar rug protesteert hevig tegen de onnatuurlijke beweging van zo even maar Eva besluit er geen aandacht aan te schenken. Colin biedt haar zijn arm aan en ze lopen naar de ingang. Voor entree staan groepjes fietsen met kaartenstandaards op het stuur en fietstassen aan de bagagedrager. Er staat een bak met water voor honden buiten. “Voor de hond” staat er totaal overbodig op, alsof je op je knieën zou gaan liggen om gratis water uit de bak te lebberen. Ze gaan de bruin gelakte deur door en stappen naar binnen. Het interieur verbaast hen; het is er licht en modern en de stoelen en banken zien er luxe en comfortabel uit. Er brandt een grote open haard en in de lage stoeltjes voor de haard zitten mensen ontspannen te lezen en met elkaar te praten. Een jonge serveerster komt op hen aflopen.

‘Lunch voor drie personen alstublieft,’ zegt David voordat ze wat hun wat kan vragen. Ze wijst hen de weg naar een tafel bij het raam. Colin komt naast Eva op de bank zitten en pakt haar hand. Hij verstrengelt zijn vingers met de hare en legt hun handen in zijn schoot. Ze is blij met het liefdevolle gebaar; ze voelt zich niet op haar gemak en is gespannen voor de uitleg die ongetwijfeld zo volgt. Als de serveerster haar bestelling heeft opgenomen, neem Colin het woord.

‘Nou, dat was dus een eerste kennismaking met mijn broertje,’ vat hij de gebeurtenis bondig samen. Eva heeft geleerd dat wanneer je mensen wilt laten praten, je het beste af en toe een stilte kunt laten vallen. Ze zegt niets en inderdaad gaat Colin na een korte pauze weer verder.

‘Jesse is daar opgenomen omdat hij, nou ja zeg maar, problemen met gezag heeft. Hij is nogal impulsief van aard.’

‘Dat zit dan in de familie,’ floept er bij Eva uit.

‘Ik geloof dat ik mijn impulsen de meeste tijd redelijk onder controle heb,’ antwoordt hij en kijkt haar bestraffend aan. Eva slaat haar ogen neer. De meeste tijd.

Ze heeft nog steeds geen idee waar dit gesprek heen gaat.

‘Jesse is degene die, bij die vechtpartij waar jij zo over in zit, die andere jongen heeft neergestoken.’

Eva kijkt hem verschrikt aan. Ze slaat haar vrije hand voor haar mond.

David neemt het woord: ‘Jesse was ook bij de wedstrijd van Colin aanwezig. Hij zag hoe zijn broer flinke klappen opliep bij het opstootje tijdens wedstrijd. Jesse is nogal beschermend van aard, ook dat zit in de familie. Toen ze klein waren en ze kregen wel eens ruzie buiten, ging Jesse er altijd op af. Hij is vijf jaar jonger en een kop kleiner, maar voor de duvel niet bang. Dat heeft hem vaker dan eens in de problemen gebracht.’

De serveerster komt hun bestelling brengen. Eva trekt haar hand los en pakt haar kopje met koude handen vast. Dankbaar neemt ze een slok van de hete koffie.

‘Jesse stond na de wedstrijd op mij te wachten totdat ik omgekleed was. Toen we terug liepen naar de auto, kwam er een heel groepje van de tegenpartij op ons af. Spelers en vrienden van hen. Ze wilden nog even voortzetten waar ze in het veld mee gestopt waren. Ze waren extra gefrustreerd omdat ze verloren hadden en ook nog zouden degraderen. Ik had het winnende doelpunt gemaakt.’

Het kost hem zichtbaar moeite om verder te vertellen. David schiet hem te hulp.

 ‘Ze probeerden Colin weer te pakken maar Jesse is naar voren gesprongen en ze hebben hem flink afgetuigd. Hij had onder andere een gebroken neus, twee blauwe ogen en een gekneusde lever. Uiteindelijk heeft hij zijn zakmes weten te pakken en heeft hij de grootste van het stel in zijn been gestoken.’

‘Maar dat is dan toch zelfverdediging?’ vraagt Eva verbaasd.

‘Ja, dat zou je wel zeggen maar de rechter heeft hem zwaar aangerekend dat hij een mes bij zich had. En had gebruikt. De jongen die geraakt was, heeft daarna niet meer kunnen voetballen, er was een zenuw in zijn been beschadigd. Het mes mocht Jesse gewoon bij zich hebben overigens, maar je mag het volgens de wet uiteraard niet gebruiken om iemand neer te steken. Zijn verleden waarin hij zich meerdere keren bij Bureau Halt heeft moeten melden, heeft niet meegeholpen. Het is geen kwaaie jongen, maar nogal naïef en makkelijk te beïnvloeden. Ik heb hem zelf verdedigd maar heb niet kunnen voorkomen dat hij naar de instelling waar hij nu zit, werd gestuurd vanwege toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. En dat rekent zijn moeder mij zwaar aan.’

Eva schuift heen en weer op haar stoel. Haar onterechte verdenking van Colin legt een open zenuw in het gezin Vos bloot. Wat er gebeurd is, heeft op hen allemaal een vernietigende werking gehad.

De serveerster komt vragen of ze nog wat willen drinken.

‘Een dubbele whisky, zonder ijs alsjeblieft,’ vraagt David en in één adem vraagt hij aan Colin of hij wil rijden. Colin besteld een cola en een rosé voor Eva. Ze had, als ze het zelf had mogen zeggen, liever een Cola light besteld, maar ze moet toegeven dat ze wel een slok alcohol kan gebruiken. Haar koude vingers trillen licht als ze het glas van de serveerster aanpakt.

‘De relatie met mijn ex-vrouw stond al een tijd onder druk. Ik was veel weg voor mijn werk en in de weekenden reisde ik met Colin het hele land door voor wedstrijden en extra trainingen. Jesse nam ik vrijwel altijd mee, en hoewel ze gek op elkaar waren - en trouwens nog steeds zijn - had hij toch onbewust vaak moeite met de belangstelling die iedereen voor Colin had. We hebben hem zo veel aandacht gegeven als we konden, maar hebben niet kunnen voorkomen dat hij constant de grenzen van het toelaatbare opzocht. Ik heb vaak genoeg moeten praten als Brugman om hem ongestraft mee te mogen nemen van het politiebureau als hij weer eens vooraan had gestaan bij een vechtpartij of opstootje op school. Achteraf denk ik dat het zijn manier was om zijn frustratie te uiten en om aandacht te vragen. Op de verkeerde manier, maar hij wist niet hoe hij dit anders moest doen. Negatieve aandacht is tenslotte ook aandacht.’

Colin zit er stil bij en staart in zijn glas cola. Eva aait onder tafel over zijn bovenbeen. Ze voelt hoe zijn spieren hard gespannen zijn en dat hij weer zenuwachtig met zijn been wiebelt.

‘Na dit incident is het helemaal fout gelopen met ons huwelijk. Colins moeder heeft mij nooit kunnen vergeven dat ik Jesse niet vrij hebben kunnen pleiten die laatste keer. Ik heb gelukkig wel met mijn contacten bij justitie weten te voorkomen dat alles achter gesloten deuren heeft plaatsgevonden en dat niets uitgelekt werd naar de pers, maar dat was meer voor Colin dan voor Jesse.’

Eva besluit het toch maar te vragen nu alles open op tafel ligt. Ze draait haar hoofd naar Colin.

‘En dat mes, hoe zit het daar mee? Waarom loopt Jesse überhaupt met een mes op zak? En jij hebt ook een groot zakmes in je appartement liggen.’

Colin zucht diep. ‘Toen we klein waren, was mijn vader niet vaak thuis, dat vertelde hij net al. We waren vaak bij mijn opa en oma, mijn moeder had veel moeite om twee drukke jongens de hele dag in de gaten en bezig te houden. Mijn opa had een klein bootje en vaak gingen we dan op een zaterdag of zondag met het bootje op pad. Beetje vissen, vuurtje stoken, gewoon, alles wat jongens geweldig vinden om te doen. Mijn opa was een echte buitenman, Hij wist alles over de natuur, kende ieder vogeltje dat we hoorden fluiten en iedere vis die we vingen. De meeste vissen gooiden we gewoon terug maar als we een keer een echte goede, eetbare vis hadden gevangen, dan sneed mijn opa zijn kop eraf en maakte hij hem schoon. We bakten hem dan boven het vuurtje en aten trots ons “zelf-gevangen-stoere-mannenmaaltje” zoals hij dat altijd noemde.’

Colin stopt even en neemt een slok van zijn cola. Met glimmende ogen gaat hij verder.

‘Eén van de laatste keren dat we met zijn drietjes op pad zijn geweest, heeft hij ons geleerd hoe je we zelf een vis moesten slachten en schoonmaken. Toen het gelukt was, nou ja gelukt, het kostte ons uiteindelijk wel moeite om de kop eraf te snijden en er zat nog wel een graatje hier en daar, haalde hij twee cadeautjes uit zijn viskoffer. Hij vond dat we nu bewezen hadden dat we “echte mannen” waren en heeft ons toen allebei een prachtig zakmes cadeau gegeven, met, zoals hij het zelf noemde “alles wat een man nodig heeft om te overleven in de jungle”.

Colin haalt diep adem. ‘Kort daarna is mijn opa vrij plotseling overleden en Jesse en ik hebben het mes vaak bij ons. Niet om mensen neer te steken natuurlijk. Ik ben ervan overtuigd dat het een stom ongeluk was, Jesse heeft gewoon geen andere uitweg gezien en wie weet wat er gebeurd was als ze met z’n allen door waren gegaan met op hem, op ons, in te beuken. Maar het is meer als een soort van troost, denk ik. Als ik het mes in mijn zak voel, moet ik altijd denken aan mijn opa en wat hij voor ons gedaan heeft. Heb ik het gevoel dat hij nog steeds een klein beetje bij me is. En dat me niks kan gebeuren.’

Ruw veegt hij met de achterkant van zijn hand een traan uit zijn ogen. Eva draait zijn gezicht naar haar toe en geeft hem een zoen. Ze veegt zijn tranen weg en legt haar handen aan weerszijden van zijn gezicht.

‘Sorry lieverd,’ fluistert ze. ‘Het spijt me zo. Waarom heb je me dit niet gewoon verteld?’

‘Het is niet echt iets waar ik trots op ben. Mijn broertje in een jeugdinstelling, alleen maar omdat hij mij wilde helpen. En als ik niet zo de aandacht in het gezin had opgeëist dan was het misschien wel heel anders gelopen. Voor hem, voor mijn ouders.’

David onderbreekt hem geïrriteerd. ‘Hier hebben we het al vaker over gehad Colin! Het is jouw schuld niet. Jesse heeft altijd al zijn grenzen opgezocht, ook toen hij veel kleiner was. Hij zat altijd onder de schrammen en de bulten, stond altijd op de gang op school. Het was gewoon een ongeleid projectiel. En ik ga ervan uit dat de therapie die hij de afgelopen tijd gehad heeft, alleen maar goed voor hem is. Hij zal toch een keer op een normale manier aan de samenleving deel moeten gaan nemen, hij is nu geen kleine jongen meer.’

De serveerster meldt zich weer aan het tafeltje en vraagt of ze een keuze hebben kunnen maken. Ze bestellen wat kleine hapjes van de uitgebreide kaart, na het emotionele gesprek heeft niemand echt honger.

‘Als ik jullie een paar adviezen van een oude man mag meegeven: wees altijd open en eerlijk naar elkaar. Praat over wat je bezig houdt. Investeer tijd in elkaar, ook al heb je het nog zo druk. Je kunt elkaar best ruimte geven en dingen alleen doen, nee dat móet zelfs,’ herstelt David zich ‘maar zorg dat je ook sámen dingen doet en beleefd. Toon oprechte interesse in elkaar. Het is zo zonde, dat een relatie tussen twee mensen die veel van elkaar houden en die samen zoveel hebben om voor te leven, strandt door een gebrek aan communicatie en inzet.’

Het is duidelijk dat hij over zijn eigen relatie spreekt.

Colin en Eva kijken elkaar aan.

‘Lijkt me een prima advies. Ik beloof het,’ zegt Eva.

‘Ik beloof het ook,’ zegt Colin en drukt zijn lippen op die Eva.

Zijn vader slaat hen ontroerd gade en wendt zijn blik dan af naar buiten. Hij slaat de rest van zijn whisky in één teug achterover.

 

Kort Verhaal - 'Straattaal'

Voor een verhalenwedstrijd met het thema 'straattaal' schreef ik het volgende verhaal:

We zijn neergestreken in een koffiebar en ik heb het idee dat we tentoongesteld worden in de etalage van een überhippe Ikea 2.0.

‘Stel je toch eens voor dat ze die telefoontjes niet uitgevonden hadden,’ verzucht ik terwijl ik de laatste vijf minuten tegen de kruin van mijn dochter aan heb gekeken. Een streep zonlicht, dat ongenadig fel door de te grote ramen schijnt, verlicht de plukjes haar die ze gisteren had laten verven. Ze had haar telefoon naar de kapster gedraaid en gemeld dat ze het precies hetzelfde kapsel wilde hebben als het actreuteltje op het schermpje. Ik moet toegeven, de verveeld op kauwgom kauwende kapster had het best aardig gedaan. Voor me zit een prachtige jonge vrouw, wat het des te pijnlijker duidelijk maakt dat het nog maar een paar maanden geleden leek dat ik haar met haar roze K3-rugzakje, haar handje stevig in de mijne, naar de kleuterschool had gebracht en met tranen in mijn ogen had achtergelaten.

‘Ma-ham,’ klinkt het verveeld terug, met een intonatie tussen de klemtonen waarin woordeloos gezegd wordt dat ik niet zo moet zeuren.

Ze zegt nog net niet ‘effe chillen G,’ wat zoveel betekent als ‘ontspan, vriendin,’ had haar ‘BAE’ Sterre (heet niemand meer ‘Monique’ of ‘Jacqueline’ tegenwoordig?) vorige week uitgelegd toen ik met vragende ogen en tuitende oren een gesprek tussen de twee probeerde te volgen.

Ik dacht de taal van de jeugd van tegenwoordig net een beetje onder de knie te hebben, maar ‘BFF’ is hopeloos oldskool, het is nu ‘Before Anyone Else’. Mijn zoon had naar zijn zus en haar vriendin gekeken en ‘MOB’ verzucht tegen zijn vriend.

Ik had het opgegeven en was de gigantische berg vuile kleding, die pubers op magische wijze produceren, gaan wassen. ’s Avonds had ik het opgezocht: Money Over Bitches wat zoveel betekent dat geld belangrijker is dan vrouwen. OMG.

‘Ben je op Facebook aan het inchecken?’ probeer ik nog een keer.

‘Mam!’ klinkt het nu bestraffend. ‘Facebook is zóóó 2016. Dat is voor oude mensen.’

Ik roer in mijn dubbele latté, wat al lang geen koffie verkeerd meer heet, en kijk naar mijn meisje. Eindelijk legt ze haar telefoon neer en neemt een slokje van haar verse muntthee.

Aight, mam, dat we hier samen zitten, lauw hoor.’

Ik ga er maar vanuit dat het een compliment is en leg even mijn hand op de hare.

‘Ik vind het ook heel aight, schat.’ Ze zucht diep en draait haar ogen naar het plafond.

 

 

Woensdag 12 april 2017 - De boekpresentatie

In sportcafe de boog in krimpen aan den IJssel, nam burgemeester martijn vroom van onze gemeente het eerste exemplaar van 'op eenzame hoogte' officieel in ontvangst. ik had een kleine speech voorbereid, maar werd onverwachts prachtig in het zonnetje gezet door mooie woorden van de burgemeester en lieve kadootjes van vrienden en familie. het was een hele mooie en bijzondere avond en vanaf nu heb ik een speciale pen met inscriptie om mijn boeken te tekenen.

 

 

 

31 Maart 2017 - een bijzondere dag

Het is zover, vandaag is mijn tweede roman 'Op eenzame hoogte' verschenen bij Boekscout.nl

Nancy Dijksman van Filmgroep Capelle heeft een geweldige trailer gemaakt, bekijk hem hier:

 

 

 

 

 

 

 

 

PRE-boekenweek Event

Vrijdag 17 maart togen mijn vriendin Sharon en ik naar Utrecht, waar in de Winkel van Sinkel een door Bol.com georganiseerd pre-boekenweek event gehouden werd. Na een hectische toch door de binnenstad waar de fietsende studenten van links, rechts, onder en boven voor de auto leken te schieten, vonden we een mooi parkeerplekje in het centrum. In de grote zaal van het prachtige pand werden een paar interviews gehouden met o.a. Connie Palmen, Tommy Wieringa en Herman Koch. Een hilarische voordracht werd gegeven door Kader Abdollah.

Ik heb het idee dat schrijvers zich altijd een beetje 'loslopend wild' voelen op events zoals dit. Geforceerde gesprekjes achter de tafel waar boeken gesigneerd dienen te worden en selfies met onbekenden op het verlanglijstje van de bezoekers staan. Van de verkoop hoeven ze het niet te hebben, de meeste genodigden kwamen volgens mij voor de uitstekende hapjes en de gratis drank. Wij hebben ons prima vermaakt. Leuke, spontane gesprekken gehad met onbekenden. Ik heb nog een schamele poging gedaan een gesprek met Herman Koch aan te knopen. In november was ik op het Lezersfeest in de bibliotheek van Rotterdam waar hij ook aanwezig was. Ik heb een gesigneerd exemplaar van zijn nieuwste roman 'De Greppel' gekocht. Een beetje raar, maar uiteindelijk toch ook weer briljant boek waar het onwaarschijnlijke langzaam begrijpelijk wordt. De hoofdpersoon is de neurotische burgemeester van Amsterdam en zijn collega, de wethouder, flirt in zijn ogen met zijn vrouw. Omdat ik 'enige affiniteit' met de politiek heb, heb ik met veel plezier deze roman gelezen. Dat probeerde ik over te brengen, maar ik geloof niet dat de boodschap erg geland is. Herman vroeg of ik uit Utrecht kwam. Nee, ook mensen uit Krimpen komen wel eens buiten de gemeentegrenzen gelukkig. Er stond een andere fan in mijn nek te hijgen die een speciale boodschap in zijn net aangeschafte exemplaar wilde hebben. De meeste boeken Koch heb ik al, dus ik kocht geen gesigneerd exemplaar. Ik denk dat dat een beetje teleurstellend was. Toch jammer, probeer je een beetje sociaal te doen op zo'n event, voel je jezelf ineens een beetje een groupie... 

Voor-lezen

Het is de laatste weken weer voorpagina nieuws: 1 op de 5 basisschoolleerlingen beheerst de taal niet voldoende om de ondertiteling van de film mee te lezen of de strekking van een iets ingewikkelder dan gemiddeld document te begrijpen. Schrikbarende cijfers. Ook bij inburgering moet voldoende beheersing van de Nederlandse taal voorop staan. Met taal begint alles!

In mijn gemeente werden in februari de voorleesweken georganiseerd. Met veel plezier heb ik op de peuterschool voorgelezen over het eendje dat op avontuur ging. Geweldig om te mogen doen, het is al weer een hele tijd geleden dat wij elke avond aan het bed zaten om een verhaal uit Jip en Janneke of een ander leuk kinderboek voor te lezen. Als dank kreeg ik een zelfgemaakt boekje van de groep en een prachtige tekening.

23 Februari 2017 mocht ik in de jury van de voorronde van de Voorleeswedstrijd 2017 deelnemen, samen met burgemeester Martijn Vroom en Emmy. In een speciale voorleesstoel lazen de 12 winnaars uit groepen 7 en 8 van basisscholen uit Krimpen en Capelle aan den IJssel voor. Sommige luid en zelfverzekerd, anderen begonnen aarzelend en zenuwachtig maar zodra ze helemaal in het verhaal zaten dat ze uitgekozen hadden, zagen we ze met de minuut groeien. Ziel en zaligheid werden in het voorlezen gelegd, stemmetjes werden uit de kast gehaald en de winnares gebruikte haar hele lichaam om het verhaal over te brengen. Geweldig om hier deelgenoot van mogen te zijn. De winnares, Caithlin, ging door naar de volgende ronde.

Het laatste nieuws deze week (Boekenweek) is dat er toch weer meer gelezen wordt. Dat juich ik -en velen met mij- van harte toe!

 

OPENING VAN DE NIEUWE BIBLIOTHEEK IN KRIMPEN AAN DEN IJSSEL

 

Vrijdag 2 september werd de vernieuwde bibliotheek in Krimpen aan den IJssel geopend door de overhandiging van mijn boek aan de Wethouder Cultuur.

Wat een eer! Ik heb een abonnement gekregen waar ik van harte gebruik van maak, een schrijver leert ook door te lezen!

Ik ben opgenomen in de eregalerij met mijn 'schrijfhulpje' - vindt mij door te klikken op de volgende link: http://tinyurl.com/z8uaxxp

 

 

INTERVIEW BIJ DE LOKALE OMROEP KRIMPEN:

Bij de Lokale Omroep Krimpen mocht ik komen vertellen over mijn boek. Wat een leuke ervaring was dat!

 

LEUKE ARTIKELEN IN DE PERS:

In de IJssel en Lekstreek en zelfs het AD verschenen leuke berichten:

 

KORT VERHAAL

Dit jaar heb ik meegedaan met een schrijfwedstrijd van "Heel Nederland Schrijft". Het korte verhaal "Straattaal" (de opdracht was een kort verhaal met 400 woorden) vind je hier: http://tinyurl.com/jkm5nu4

 

TRIP NAAR NEW YORK

Oktober 2016 heb ik samen met mijn dochter Lauren een reis naar New York gemaakt, In mijn eerste twee boeken woont een van de hoofdpersonen in Manhattan. Een aantal jaren geleden was ik al eens in NY en de stad heeft grote indruk op me gemaakt. Ik heb een aantal elementen van deze geweldige stad in mijn boeken verwerkt. Het was heel bijzonder om de beelden die ik in mijn hoofd had, weer in het echt te zien en de sfeer te proeven en te ruiken. En natuurlijk werd mijn naam bij Starbucks ook weer verkeerd gespeld, net als bij Eva, het belangrijkste karakter uit 'Buiten Spel' en 'Op eenzame hoogte'. Natuurlijk ook een bezoek aan Barnes & Noble gebracht, een gigantische boekenwinkel met een speciale kast 'Discover Great New Writers'. Doordat we in de ExpressTrain gestapt waren, kwamen we per ongeluk in Harlem uit, en liepen we toevallig tegen het Apollo Theatre aan. "Where Stars are Born and Legends are Made". Central Park waar de bomen prachtige kleuren hadden (Indian Summer) was indrukwekkend. Het was een bijzondere reis, we zijn een mooie en inspirerende ervaring rijker.